Installatie en registratie
Introductie
Basics
Interface

Algemeen gebruik
  Herstel
  Uittellen
  Draden tussenvoegen
  Wissen
  Instellingen

Kleur
Bewerkingen
Het weefsel
Export
Voorkeuren

Lesonline home

 

In dit deel gaan we in op een aantal algemene handelingen voor het gebruik van LynxLoom, zoals undo, het uittellen van draden en vakjes, insert en overwrite, het wissen van ketting, inslag, aanbinding of het gehele ontwerp en een aantal instellingen voor het weefsel in het betreffende venster.

Herstel
Het is mogelijk om de laatste handeling in trapwijze of inrijg ongedaan te maken. Dit geldt voor alle acties met losse draden of geselecteerde stukken. Ook een gewiste trapwijze of inrijg wordt zo hersteld. Het herstelt echter geen situaties ontstaan door keuzes in dialoogvensters.
Kies het menu 'Edit > Herstel'. Toetsenbordafkorting:
  Windows: CTRL + Z
  Mac: Command + Z

Uittellen van vakjes en draden
Na het klikken van een vakje in de aanbinding, trapwijze of inrijg staat in de statusbalk de lokatie van het vakje. Met de lokatie wordt de positie binnen een verticale of horizontale rij aangegeven: het trapper- of schachtennummer. Het telnummer van inrijg of trapwijze is het getal van het vakje, geteld vanaf de hoek bij de aanbinding. Het tellen van de vakjes begint bij 1 (zie afbeelding hiernaast).

Als je de wijzer van de muis boven het vak van trapwijze of inrijg beweegt zonder een knop in te drukken, zie je in de mededelingenbalk de locatienummers van het betreffende vakje. Het ene getal is de schacht of trapper, het andere getal is het telnummer. Tijdens het tellen kun je normaal een hokje selecteren.

Met de wijzer boven het weefselveld vermeldt de mededelingenbalk de ketting- en inslagdraad.


Statusbalk

Draden tussenvoegen
In je ontwerp kun je losse draden tussenvoegen. Hiervoor klik je op de Invoeg-overschrijf-knop geheel onderin het gereedschapspalet, of je kiet het menu 'Edit > Invoegen'. De afbeelding op de knop veranderd.
Klik de juiste kleur in het palet voor de in te voegen draad.
Klik op de plaats waar de nieuwe draad moet worden tussengevoegd. De rest van het patroon schuift op. Klik opnieuw op dezelfde knop als je niet verder wilt tussenvoegen, of kies het menu 'Edit > Overschrijven'. Toetsenbordafkorting:
  Windows: CTRL + I
  Mac: Command + 1
Behalve enkele draden kunnen er ook gekopiëerde selecties worden tussengevoegd.
Een oefening


Insert en overwrite

Insert Overwrite

 

Wissen van ketting, inslag aanbinden
    of gehele ontwerp

De vakken van trapwijze, inrijg en aanbinding kunnen los van elkaar gewist worden. Je kiest in de menubalk het menu 'Edit > Selecteer Inrijg' of 'Edit > Selecteer Trapwijze' en daarna het menu 'Edit > Wissen'. Toetsenbordafkortingen:
  Windows: CTRL + 2, daarna CTRL + D
  Mac = Command + 2, daarna Command + D
Let op! Het wissen heeft ook de bijbehorende gevolgen voor het weefsel in het weefselveld.

Selecteer in de menubalk 'Edit > Wis Binding', of gebruik het contextuele menu in de aanbinding. Toetsenbordafkorting:
  Windows: CTRL + 4
  Mac: Command + 4
Let op: Dit commando kan niet door 'Edit > Herstel' herroepen worden.

Om het gehele ontwerp, dus zowel, inrijg, trapwijze en aanbinding te wissen kies je het menu 'Project > Nieuw Weefsel'. Toetsenbordafkorting:
  Windows: Shift + CTRL + NA
  Mac: Shift + Command + N
Als er in het betreffende ontwerp veranderingen aangebracht zijn, zal d.m.v. een dialoogvenster gevraagd worden of het huidige ontwerp nog opgeslagen moet worden.

 

Instellingen van het weefsel
Je kunt zelf instellen met hoeveel schachten en trappers je wilt werken. Een ontwerp op het scherm blijft intact als je meer schachten en trappers kiest. Kies je echter minder dan zal dat uiteraard niet altijd mogelijk zijn. Je verwijdert in dat geval een deel van je trapwijze of inrijg.
Selecteer de popup menu’s links onder in het venster. Hierin kunnen achtereenvolgens het aantal schachten, trappers, de draaddikte en de ruimte tussen de draden bepaald worden.
Aantal trappers:
  kies het gewenste aantal (2 t/m 22, standaard 4).
Aantal schachten:
  kies het gewenste aantal, (2 t/m 22, standaard 4).

Je kunt zelf instellen hoe groot je de vakjes van inrijg en trapwijze wilt hebben (dikte van de draden). Je kunt ook instellen hoeveel je van de achtergornd tussen de draden wilt zien (afstand of tussenruimte).
Selecteer het popup-menu links onder in het venst.
Draaddikte:
  kies het gewenste aantal (2 t/m 12, standaard 8).
Tussenruimte:
  kies het gewenste aantal, (0 t/m 10, standaard 3).
Let op! Als de draaddikte en tussenruimte kleiner wordt dan de standaardinstellingen van 8 en 3, kan het erg lastig worden om het weefsel te manipuleren. Het is echter wel bruikbaar om het effect te bekijken als bijvoorbeeld geen achtergond meer tussen de draden zichtbaar is.
Een oefening

Ga verder met Kleur


Instelling van de draaddikte
  © Rob van der Galiën, jan 2005